De oudedagsreserve (FOR): een valkuil voor veel zzp’ers

De FOR, oftewel de fiscale oudedagsreserve, is een voorziening waarmee zzp’ers op een vriendelijke fiscale manier een reservepotje kunnen opbouwen voor later. Met deze voorziening mag u een bepaald percentage van de winst aftrekken en opzij zetten voor de jaren dat u mag genieten van de “oudedag”. Maar wat blijkt nu? Een deel van de zzp’ers gaat hier niet allemaal even verstandig mee om. In deze blog leggen wij u uit waarom dat zo is?

Het onderzoeksbureau Multiscope heeft op verzoek van BrightPensioen een onderzoek gedaan naar de oudedagsreserve onder zzp’ers. Er waren duidelijke signalen dat niet alle zzp’ers op de juiste manier gebruik maakte van de FOR. Een zzp’er mag dus elk jaar een percentage van de winst aftrekken voor later. Maar in welke mate gebeurt dit ook daadwerkelijk? Multiscope heeft door middel van een aantal vragen onderzoek gedaan naar de FOR met als doel te achterhalen hoeveel zzp’ers hiervan gebruik maken en of zij dit geld ook daadwerkelijk opzij zetten.

Uitgestelde belasting

Het blijkt dat 34% van de zzp’ers gebruik maakt van de FOR. Als je bedenkt dat er 1,2 miljoen zzp’ers in Nederland zijn, gaat het om veel zzp’ers. Uit het onderzoek bleek dat 28% van de gebruikers helemaal geen geld opzij zet, maar wel het bedrag aftrekt. Daarnaast zet 25% een deel van het bedrag opzij. In totaal zet dus 53% niet het gehele bedrag opzij. Dit kan betekenen dat ze in de toekomst onvoldoende opzij hebben gezet om uiteindelijk de uitgestelde belasting te betalen.

Niet iedereen op de hoogte

Er werd ook aan de respondenten gevraagd of zij op de hoogte waren van de door hun opgebouwde FOR. Maar 25% wist precies hoeveel dit bedroeg. De rest van de respondenten hadden geen idee of wisten het ongeveer. Daarbovenop kwam nog dat 11% geen idee had dat er later nog belasting betaald moet worden over het opgebouwde bedrag.

Een groot gedeelte (52%) van de gebruikers van de FOR zet het geld op een spaar- of bankrekening. Het resterende deel belegt het geld of heeft een andere bestemming voor het bedrag.

Populaire voorziening

De FOR is een populaire voorziening. Een zzp’er hoeft zijn geld namelijk nog niet definitief vast te zetten. In geval van financiële nood kan de zzp’er er eerder aan komen. Maar er schuilt ook een degelijk gevaar. Als er geen geld opzij wordt gelegd of als er andere bestemmingen zijn voor het geld, kan het zo zijn dat een zzp’er in de toekomst vermoedelijk in de problemen kan komen wanneer hij de uitgestelde belasting moet betalen.

Advies over de FOR

Naar aanleiding van deze uitkomsten adviseert Multiscope dan ook dat er een extra voorwaarde moet worden opgelegd om dit geld daadwerkelijk opzij te laten zetten. Dit ter voorkoming dat de reservering niet alleen op papier staat en in de toekomst de belasting niet betaald kan worden. Een verruiming van de opnamemogelijkheid zou de bereidheid geld ervoor opzij te zetten moeten vergroten.

Ga terug naar de kennisbank >>

De ‘dienstverlenende handhavingsinstrumenten’ van de Belastingdienst

De Algemene Rekenkamer heeft recent een onderzoek gedaan naar de Belastingdienst en de voortdurende ‘worsteling’ met het fiscaal onderscheiden van én het handhaven bij schijnzelfstandigheid. Naast de repressieve handhaving wordt er in het onderzoek ook ingegaan op de dienstverlenende handhaving van de Belastingdienst. Wat dat precies is en welk effect dit heeft gehad bespreken we in deze blog.

Wat zijn dienstverlenende handhavingsinstrumenten?

De Belastingdienst bedoelt met dienstverlenende handhavingsinstrumenten het zodanig ondersteunen van opdrachtgevers en zelfstandigen, zodat zij zelf de belastingregels kunnen naleven en zelf kunnen bepalen wat voor arbeidsrelatie zij hebben. Het doel van deze instrumenten is om burgers en bedrijven zoveel mogelijk uit zichzelf regels te laten naleven, zonder dat daar dwingende en kostbare acties nodig zijn van de Belastingdienst. Om genoeg informatie te verschaffen heeft de Belastingdienst verschillende instrumenten gebruikt. Dit zijn de BelastingTelefoon, de modelovereenkomst, individueel vooroverleg en de webmodule.

Belastingtelefoon

Dit is één van de bekendere instrumenten. Hier kunnen opdrachtgevers en zelfstandigen terecht met vragen over hun belastingaangifte en over de aard van hun arbeidsrelatie. In 2017 had de Belastingtelefoon zijn hoogtepunt bereikt. Dit is ook wel logisch, omdat in 2016 de Wet DBA werd geïntroduceerd en er in het begin nogal veel onduidelijkheid was. Na 2017 zijn het aantal telefoontjes flink gedaald.

Modelovereenkomsten

Op de website van de Belastingdienst kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers een modelovereenkomst invullen over de afspraken waaronder zij graag willen gaan werken. De Belastingdienst beoordeelt vervolgens of er sprake is van werknemerschap of niet. Er zijn wel 96 verschillende overeenkomsten te vinden. De Belastingdienst heeft echter geen inzicht hoe vaak deze overeenkomsten worden gebruikt.

Individueel overleg

Als opdrachtgevers of zelfstandigen kun je een vooroverleg aanvragen. Doormiddel van het vooroverleg kun je zekerheid krijgen over de fiscale kwalificatie van de arbeidsrelatie. Bij voldoende informatie vanuit de partijen legt de Belastingdienst de afspraken schriftelijk vast. In 2016, bij invoering van de wet, werd zo’n vooroverleg bijna 6.000 keer aangevraagd. De jaren daarna werd het een stuk minder aangevraagd. Daarnaast werd maar bij 24% vooraf zekerheid gegeven dat er sprake was van zelfstandigheid.

Webmodule

De webmodule werd in januari 2021 geïntroduceerd. De Webmodule kan online worden ingevuld. Het geeft opdrachtgevers een indicatie over de arbeidsrelatie die zij met hun zelfstandigen hebben. In januari werd de Webmodule ruim 8.000 keer gebruikt. Maar in februari daalde het gebruik al naar ongeveer 3.000. De maanden daarna werd het steeds minder gebruikt. De vragenlijst werd in veel gevallen ook niet volledig ingevuld, waardoor er geen indicatie gegeven kon worden over de arbeidsrelatie.

De beoordeling over de aard van de arbeidsrelatie blijkt voor zowel de Belastingdienst, de opdrachtgever en de opdrachtnemer lastig. Daarnaast kwam tegelijk met het invoeren van de Wet DBA in 2016 een handhavings moratorium van kracht. Dit hield in dat de Belastingdienst organisatie niet mocht corrigeren. Dit heeft ervoor gezorgd dat de prioriteit voor opdrachtgevers niet bij de Wet DBA kwam te liggen. Opdrachtgevers konden tenslotte geen naheffing krijgen. Door deze twee oorzaken werd dan ook steeds minder informatie en advies gevraagd bij de Belastingdienst. Je kunt wel concluderen dat de Wet DBA dus nog niet bij iedere opdrachtgever boven aan de prioriteiten lijst staat. Maar wat moet daar dan wel voor gebeuren?

Wilt u ook ondernemen conform de Wet DBA, bezoek dan HelloProfs voor een simpele en efficiënte oplossing!

6 tips voor een aantrekkelijke en betrouwbare website

Heb je wel eens goed naar je eigen website gekeken? Tegenwoordig is er veel concurrentie en is een goede website heel belangrijk. Een aantrekkelijke en betrouwbare website kan namelijk het verschil maken in het krijgen van klanten of niet. Komt je website niet betrouwbaar over dan zullen klanten geen zaken willen doen. In deze blog geven we 6 tips om je website te optimaliseren.

  1. Een duidelijke website architectuur

De route die de websitebezoeker door je website maakt, moet zo goed mogelijk aansluiten bij de klantreis. Je kan niet van de websitebezoeker verwachten dat ze moeite doen om jouw routing uit te vogelen. Als de websitebezoeker de weg kwijt is op jouw website of het niet meer snapt, zal de klant al snel afhaken. Zorg dus voor een duidelijke route die je wilt dat de websitebezoeker aflegt. Deze duidelijkheid kun je geven door gebruik te maken van zogenaamde ‘call-to-actions’. Dit zijn knoppen die je doorverwijst naar een volgende pagina.

  1. Maak gebruik van reviews

Het kan soms net niet genoeg zijn om zelf een potentiële klant over te halen. Daarom raden we het gebruik van reviews aan. Mensen hechten veel waarde aan de mening van andere mensen. Die mening waarderen ze net zo veel als een persoonlijke aanbeveling. Reviews verhogen dus het vertrouwen in de website en het bedrijf. Zorg daarom dat de reviews goed zichtbaar zijn en zet de reviews op meerdere pagina’s voor optimale zichtbaarheid.

  1. Zorg voor social presence

Met social presence wordt de betrouwbaarheid van de website vergroot. Met social presence bedoelen we het gebruik van afbeeldingen van mensen, social media links of een link/afbeelding met bekende merken/organisaties. Het gebruik van het sociale aspect brengt vertrouwen en daardoor zijn mensen sneller geneigd om met een bedrijf in zee te gaan.

  1. Maak gebruik van foto’s

Gebruik op je website veel foto’s in plaats van veel tekst. Mensen zijn visueel ingesteld en verwerken afbeeldingen veel sneller dan het lezen van een stuk tekst. Daarnaast vinden websitebezoekers het fijn om naar foto’s te kijken en vergroot het ook het vertrouwen. Laat bijvoorbeeld foto’s zien van producten, diensten of van een werkimpressie.

  1. Gebruik een betrouwbare betaalmethode (indien nodig)

Tegenwoordig zijn er steeds meer oplichters op het internet die zich voordoen als een bedrijf die iets verkoopt. Daarom is het belangrijk om een betrouwbare betaalmethode te gebruiken als dat voor jou van toepassing is. Denk bijvoorbeeld aan Ideal, Paypal of Creditcard. Door het gebruik van een betrouwbare betaalmethode vertrouwen mensen de website een stuk sneller.

  1. Gebruik kleur en tekst

Wees zorgvuldig in het kleur- en tekstgebruik. Zorg voor een aantrekkelijk en opvallende kleurstelling. Gebruik kleuren die passen bij jou als bedrijf. Zorg daarnaast niet voor te veel verschillende kleuren. Dat zorgt voor veel drukte.

Wees daarnaast ook voorzichtig in het tekstgebruik. Zoals we net al zeiden, zijn mensen visueel ingesteld. Websitebezoekers hebben niet de behoefte om lappen tekst te lezen. Gebruik daarom korte alinea’s waarin de nodige informatie staat.

Meer informatie over marketing voor zzp’ers? Lees dan dit artikel.

Slapende fiscus bij handhaving wet DBA?

Uit recent onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat de Belastingdienst de afgelopen tijd nauwelijks heeft opgetreden tegen schijnzelfstandigheid. Er werd weinig gecontroleerd op de opvolging van aanwijzingen, correcties en naheffingen bleven vaak uit en de “pakkans” bij bedrijven bleek zeer laag. Dit zijn enkele stevige conclusies van de Algemene Rekenkamer die lijnrecht tegenover de plannen van de overheid staan. 

Het is opmerkelijk om te zien hoe én in hoeverre de fiscus de afgelopen tijd de wet DBA handhaafde. Volgens het bovenstaande onderzoek zijn er bijvoorbeeld slechts enkele honderden bedrijfsbezoeken geweest, en nog minder boekenonderzoeken. Laat staan “harde” handhaving (correcties, naheffingen etc). Deze zijn op één hand te tellen. Vaak bleef het bij een waarschuwing of een goedbedoelde aanwijzing. Maar meer dan dat was het niet.

Waarom schijnzelfstandigheid controleren?

Even terug naar de basis. Schijnzelfstandigheid betekent dat een bedrijf gebruik maakt van de diensten van een zzp’er, terwijl deze in werkelijkheid in dienst hoort te zijn. We kennen de voorbeelden al van Uber en Deliveroo, maar ook bij minder bekende bedrijven gebeurt het. De wet DBA, vanaf 2016 (en nog steeds) van kracht, zou een einde moeten maken aan de grootschalige schijnzelfstandigheid. Want de fiscus loopt door alle belastingvoordelen, waar dus vele opdrachtgevers en zzp’ers geen recht op hebben, veel geld mis. Zo hebben zelfstandige ondernemers recht op voordelen als de startersaftrek en de zelfstandigenaftrek. Andersom hoeven opdrachtgevers geen premies te betalen aan zelfstandige ondernemers. In dit kader “loont” het dus om zzp’ers aan te trekken in plaats van vast personeel.

Hoe verder met de handhaving wet DBA?

Uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dus dat er nogal wat problemen zijn bij de fiscus. Er is te weinig bemanning die kennis hebben van de wet DBA, er zijn te weinig Belastingcontroleurs en er wordt nog steeds met de zzp-webmodule gestoeid. Het leidt ertoe dat strenge handhaving alsmaar wordt uitgesteld, terwijl de wil om schijnzelfstandigheid uit te bannen er wel degelijk is. Duidelijkheid en vooral daadkracht is nodig.

Volgens de Algemene Rekenkamer gaat de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst met de bevindingen uit het onderzoek aan de slag. Maar wanneer we verbetering kunnen verwachten is echter nog niet duidelijk.

Bereid uw organisatie wel alvast voor op een strengere handhaving wet DBA! Bezoek HelloProfs voor een simpele maar efficiënte oplossing!

Ga terug naar de overzichtspagina >>

 

 

Verplichte AOV voor zzp’ers in 2024

Een vijfde deel ‘maar’ van alle zzp’ers heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). Waarom hebben zo weinig ondernemers een AOV? En hoe is dat bijvoorbeeld in het jaar 2024, waar alle ondernemers een AOV zouden moeten hebben? Althans, volgens het pensioenakkoord. 

Geen wapen tegen arbeidsongeschiktheid

Wat is de AOV?

De naam zegt het eigenlijk al. Met de arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) bent u verzekerd wanneer u als zzp’er door ziekte of arbeidsongeschiktheid geen inkomen meer kunt krijgen. Met deze verzekering bent u dus verzekerd van een inkomen wanneer u kort- of langdurig ziek raakt of volledig arbeidsongeschikt bent geworden.

Klein deel van de zzp’ers heeft een AOV

Uit een enquête onderzoek van het CBS blijkt dat maar 1 op de 5 zzp’ers beschikt over een AOV. Dit heeft ermee te maken dat veel zelfstandige ondernemers het niet nodig vinden om zichzelf te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Het onderzoek wijst uit dat financiële redenen hier de grootste oorzaak van zijn. Veel zzp’ers vinden de kosten niet opwegen tegen de opbrengsten. Een deel van de zzp’ers vindt de verzekering daarentegen te duur of geven juist aan zelf de kosten te kunnen dekken. Naast financiële redenen speelt de gedachte bij veel zzp’ers: ‘Mij overkomt toch nooit wat’. Als laatst geven zzp’ers ook aan niet te worden geaccepteerd wegens leeftijd of hun gezondheid.

Echter kan een ongelukje in een klein hoekje zitten. Mocht u niet verzekerd zijn tegen arbeidsongeschiktheid, dan kan dat een grote financiële klap voor u zijn.

Een verplichte AOV

De Kamer van Koophandel vindt het opvallend dat het nieuwe pensioenakkoord erop wijst dat zzp’ers op z’n vroegst in 2024 verplicht een AOV moeten afsluiten. De hoge premies en het feit dat sommige verzekeraars verschillende ondernemers uitsluiten vanwege verhoogde kans op arbeidsongeschiktheid, heeft een rol gespeeld bij deze keuze. De verzekering is inkomensafhankelijk en keert tot 70% van het laatstverdiende inkomen uit.

Waarom zou een ondernemer een AOV nemen?

Het nemen van een AOV heeft een aantal voordelen. Hieronder noemen we er een paar:

  • Het is een financieel vangnet, wat uiteraard het belangrijkste voordeel is. Er bestaat altijd een kans dat u buiten u eigen schuld om arbeidsongeschikt raakt. Door verzekerd te zijn heeft u een financieel vangnet, waardoor u straks de rekeningen nog kan betalen.
  • De premie van de AOV is fiscaal aftrekbaar. De premie van de AOV kunt u in de aangifte inkomstenbelasting aftrekken als ‘uitgave voor andere inkomsensvoorzieningen’.
  • U bepaalt zelf wat u wil verzekeren
  • Bij arbeidsongeschiktheid kun u zich volledig focussen op uw herstel. U heeft geen zorgen over financiële aspecten.

In 2024 kan het zo zijn dat u een verplichte AOV moet afsluiten. Tot die tijd is de keuze aan uzelf.

Ga terug naar de overzichtspagina >>